Twee minuten stilte voor Leopold Rijnveld

Sinds jaar en dag kan ik mij de 4 mei herdenking herinneren. Toen ik klein was legde ik kransen met de scouting bij het 4 mei monument in Zoetermeer, als student hield ik twee minuten stilte tijdens de toneelrepetitie en sinds ik in Den Haag woon herdenk ik om acht uur op de Waalsdorpervlakte.

Sinds ik mijn promotieonderzoek doe is de herdenking op 4 mei wel anders geworden voor mij. 4 mei is nu een dag waarop ik stil sta bij de Joodse namen die ik tegenkom in mijn archieven. De mannen en vrouwen waarover ik lees, waarvan ik de brieven inzie en de overlijdensberichten lees. Ik sta stil bij hen, bij de onbekende namen, die in enkele gevallen ook een gezicht hebben gekregen door foto’s die van hen nog online rondzwerven.

Hoe verdrietig ook om over hun lot te lezen in de archieven, het doet mij goed dat ik in ieder geval bij hen in gedachten ben op 4 mei. Opdat zij niet helemaal vergeten zijn. Opdat ook zij worden herdacht.

Daarom zal ik deze 4 mei herdenking even extra stilstaan bij het leven van Leopold Rijnveld, docent klassieke talen. Leopold was leraar op het Gymnasium in Hilversum en later op het Gymnasium in Winschoten. Daar werd hij in 1940, op last van de Duitsers, uit zijn functie ontzet omdat Joden niet meer les mochten geven. Toen ook de Joodse leerlingen werden verwijderd uit het Nederlandse onderwijs begon hij weer met lesgeven. Ditmaal op het Joods Lyceum in Groningen. In maart 1943 werd Leopold gevangengezet in doorvoerkamp Westerbork.

Leopold Rijnveld

        Bron: Stichting Stolpersteine Schilderswijk Groningen (http://www.stolpersteineschilderswijkgroningen.nl/slachtoffers-in-de-schilderswijk/wassenberghstraat/wassenberghstraat-24/)

De inspecteur van het Gymnasiaal onderwijs heeft nog geprobeerd om voor hem een “bevoorrechte behandeling” te regelen omdat hij een plichtgetrouw ambtenaar was geweest en een goed docent. Deze bevoorrecht behandeling zou betekenen dat hij zo lang mogelijk in Nederland zou mogen blijven. Het heeft niet mogen baten, op 23 maart werd hij op transport gezet naar vernietigingskamp Sobibor en drie dagen later werd hij daar op 44-jarige leeftijd omgebracht.

Na de oorlog werd er nog een brief van Leopold gevonden door een collega waarin hij schrijft:

“…maar uiteindelijk heeft Plato gelijk, dat het beter is onrecht te lijden, dan te doen.”

Met deze gedachte in mijn hoofd denk ik aan Leopold Rijnveld tijdens de twee minuten stilte op 4 mei.

 

Weer weten over Leopold Rijnveld en zijn familie? Ga naar deze website van Stichting Stolpersteine Schilderswijk Groningen.

 

 

 

Advertenties

“The past is a foreign country: they do things different there.”

Soms lees je een quote die je gelijk inspireert of je gelijk aan het denken zet. Dat had ik vandaag met een quote van L.P. Hartley, een Britse schrijver uit de twintigste eeuw. Zijn boek The Go-Between (1953) begint met de zin:

“The past is a foreign country: they do things different there.”

Al maanden probeer ik grip te krijgen op het reilen en zijlen van het Nederlandse onderwijs tijdens de bezetting. Omdat ikzelf in het middelbaar onderwijs werk kan ik moeiteloos de lesuren-regelingen en het onderwijsjargon dat ik in de archiefstukken tegenkom begrijpen. Soms kan het zelfs lijken alsof er in het onderwijs maar weinig is veranderd in de afgelopen 75 jaar! Het is dan ook verleidelijk om met de bril van nu te kijken naar de onderlinge verhoudingen en de verschillende actoren die ik tegen kom in het archief. Ik betrap mezelf er regelmatig op dat ik betekenis van handelen invul vanuit mijn eigen veronderstellingen van verschillende groepen in de toenmalige samenleving. Daarnaast is mijn beeld is natuurlijk gekleurd door hoe ik naar de huidige samenleving en onderwijspraktijk kijk.

Soms doet het werken met deze tijdsperiode mij denken aan mijn tijd als stagiaire op een highschool in Pennsylvania. Op het eerste gezicht leken er zoveel overeenkomsten te zijn tussen de leefwereld van de Amerikanen om mij heen en mijn eigen leefwereld in Nederland. Beide “Westerse beschavingen” met een gedeeltelijk gedeelde culturele en historische achtergrond. Het was voor mij, op het eerste gezicht, gemakkelijker te integreren dan in bijvoorbeeld Mexico waar ik op mijn 18e een jaar heb gewoond, veel minder een “culture shock”. Na een paar weken bleek echter dat mijn gevoel van bijna alleen maar gemeenschappelijke overeenkomsten berustte op een misvatting. Oppervlakkig waren er dan veel overeenkomsten maar in de praktijk bleek ik vele ongeschreven regels niet te kennen en vaak ook niet te begrijpen. Precies ditzelfde gevoel heb ik soms als ik in het archief bezig ben. Hoewel ik vele aspecten van de Nederlandse samenleving herken in de archiefstukken moet ik mij er constant van bewust zijn dat ik onderzoek doe naar het verleden en dat het verleden “a foreign country” is waar niets is wat het lijkt.

De scholen zijn weer begonnen!

Afgelopen week is het nieuwe schooljaar weer begonnen. Ik heb kennis gemaakt met mijn nieuwe leerlingen en het eerste huiswerk is alweer opgegeven. Waar mijn lesgeven stopte, ging mijn onderzoek door tijdens de zomer. Een paar ritjes naar archieven in Nijmegen, Amsterdam en Den Haag zijn gemaakt en de eerste letters van mijn onderzoek staan op papier!

Nu de lessen weer zijn begonnen moet ik het onderzoek combineren met de voorbereiding voor mijn lessen en de onderwijsdagen zelf. Aankomend jaar werk ik op dinsdagen en donderdagen op school en heb ik de maandagen, woensdagen en vrijdagen voor het onderzoek. Erg afwisselend dus en dat vraagt om constant switchen van mijn kant.

De realiteit van twee veeleisende banen combineren ervaar ik deze week. Na een rustige schrijfdag maandag had ik een intensieve lesgeefdag van half negen ’s ochtends tot half vijf ’s middags. Op weg naar huis heb ik snel even eten gekocht en thuis snel gegeten want de Koninklijke Bieb zou nog tot acht uur open zijn. De volgende dag zou ik naar het archief in Nijmegen gaan en ik wilde me voor de volgende dag perse inlezen. Iets waar ik afgelopen maandag niet aan toe was gekomen. Moe maar enthousiast over wat ik allemaal gelezen had liep ik in de avond van de bieb naar huis. 

Vandaag, woensdag, stond ik alweer om zeven uur ’s ochtends op de tram te wachten om naar het archief in Nijmegen te gaan. En nu, rijd ik terug naar huis. Morgen weer een dag lesgeven en vrijdag met een grote pot thee op mijn werkkamer weer flink wat schrijven.

Soms zou ik willen dat ik dagen achter elkaar aan mijn onderzoek kon zitten. Dat ik niet laat in de middag nog naar de bieb moet rennen om de avond uurtjes goed te benutten. Maar eerlijk is eerlijk, de lesdagen tussen de onderzoeksdagen door geven mij ook weer energie, maken mij vrolijk en zorgen ervoor dat ik altijd weer met frisse moed de archieven in kan duiken!