Schoolreisje anno 1942

Met meer dan 125 leerlingen de loopgraven in België bezoeken. Dat is wat wij begin april weer gaan doen met onze derdeklassers. Ook dit jaar zullen zij meer leren over de realiteit van oorlog tijdens rondleidingen over de slagvelden en begraafplaatsen van de Eerste Wereldoorlog. Om mee te mogen moesten de leerlingen wel een “verklaring van goed gedrag” ondertekenen. Zo mag er bijvoorbeeld niet gerookt of gedronken worden en moet er ten alle tijden naar de docenten worden geluisterd. Zoals gewoonlijk ondertekenen mijn leerlingen deze verklaring braaf zodat hun niets meer in de weg staat om mee te mogen.

In 1942 was het organiseren van een schoolreisje heel wat lastiger. De rector van het Tweede Gemeentelijke Lyceum in Den Haag, het huidige Maerlant Lyceum, ondervond dit aan de levende lijve. Sinds jaar en dag gingen tijdens hun schoolreis zo’n 60-80 leerlingen plus docenten op de fiets van Den Haag naar een jeugdcentrum in het Brabantse Boxtel. Eerst fietste men vanuit de school naar Rotterdam alwaar de boot naar Heusden werd genomen. Vanuit Heusden fietsten de leerlingen dan weer verder naar Boxtel. In 1942 was dat echter niet zo simpel als dat het lijkt. Er was namelijk een verbod op grote groepen fietsers, door de Duitsers “Gruppenfahrten” genoemd. De rector moest aan de procureur-generaal van Den Bosch (één van de hoogste bazen van justitie in Den Bosch) toestemming vragen om dit verbod tijdelijk voor zijn groep fietsers op te heffen.

“Ik herhaal: de schoolreisjes werden ieder jaar gehouden en zijn op zichzelf lofwaardig.”

Een simpel verzoek, zou je denken. Hier dachten de Duitse autoriteiten anders over. Men was benieuwd naar “de geest” en “het doel” van het schoolreisje. De hoogste baas op het departement van Onderwijs, Secretaris-Generaal van Dam, verzekerde hen dat daarmee niets mis was. Hij meende zelfs dat het schoolreisje goed voor “de geest” van de jongelui zou zijn en het onderwijs juist ten goede zou komen. Echter, hij voorzag een ander probleem. Het beoogde jeugdcentrum werd tijdelijk gebruikt als opvangcentrum voor geëvacueerde uit de kuststreek. (De Duitse autoriteiten waren inmiddels begonnen met het aanleggen van de Atlantikwall ter verdediging van de Hollandse kustlinie. Alle inwoners van deze kustgebieden moesten geëvacueerd worden.)

In ieder geval, mocht het schoolreisje toch doorgang vinden, dan moest er zeker voor gezorgd worden dat de leraren “alle gesprekken en opmerkingen over politiek verbieden en dat de leiders zelf te deze zake aansprakelijk zullen worden gesteld.” De leraren stonden nu dus voor een lastige keuze; durfden zij het aan om de verantwoordelijkheid te nemen voor de uitlatingen van hun circa 80 leerlingen tijdens de schoolreis? Wellicht besloot de school om niet meer te gaan of om de leerlingen een verklaring te laten ondertekenen van goed “politiek” gedrag. Tot dusver heb ik nog niet kunnen achterhalen of het schoolreisje daadwerkelijk nog heeft plaatsgevonden of niet en wat de docenten hebben besloten te doen.

Al met al een hele andere setting dan het schoolreisje dat wij in april gaan maken. De hoogste baas van het departement van Onderwijs besluit zijn brief met het volgende advies: “Ik herhaal: de schoolreisjes werden ieder jaar gehouden en zijn op zichzelf lofwaardig.” Ik kan me daar volledig bij aansluiten!

 

Advertenties

Gymles in moeilijke tijden

Sinds de zomer hebben wij op mijn school (The International School of The Hague) een fitnessruimte voor leerlingen en docenten. Naast de twee gymzalen, de voetbalvelden achter de school en het duingebied in de buurt kunnen onze leerlingen nu ook rennen op een loopband, trainen met gewichten of spinnen. Hoe anders is het gymonderwijs in Nederland ooit begonnen…

Weinig mensen zullen weten dat vóór de Duitse bezetting gymles geen vast onderdeel van het lager- en middelbaar onderwijs was. Pas in 1941 werd het verplicht voor het lager onderwijs en pas veel later ook voor het middelbaar onderwijs. Het invoeren van een nieuw vak tijdens de bezetting bracht natuurlijk wel moeilijkheden met zich mee. Weinig leerlingen hadden bijvoorbeeld tijdens de bezetting geld voor extra sportschoenen, laat staan sportkleding.  Vooral in de dorpen en op het platteland waren er niet altijd gymzalen beschikbaar en miste men van de nodige materialen voor de gymlessen. In 1943 kwam het Departement van Opvoeding, Wetenschap en Kultuurbescherming met een boekje om de scholen te ondersteunen met dit nieuwe vak “lichamelijke opvoeding”. Het boekje lichamelijke opvoeding in moeilijke tijden beschreef de gewenste lesplanning per leergang en gaf tips voor het zelf maken van gymmaterialen.

moeilijke omstandigheden
Uitgegeven door  Departement Opvoeding, Wetenschap en Kultuurbescherming 1943

Voor de echte knutselaar raadde het departement aan hoepels te maken van wilgenkatjes of ballen van lapjes stof gevuld met papier. Ook beschreef men hoe een spring- of klauterhek zelf gemaakt kon worden voor de buitengymles. In uiterste nood moest de gymles worden gegeven in het eigen leslokaal. De tafel van de leerling kon dan worden gebruikt als “toestel”. Volgens het departement was dit niet ideaal maar zouden de leerlingen genoeg fantasie hebben om hun werktafel zo te gebruiken.

“Lichaamsoefeningen tusschen, in en met de banken.”

Hoe zo’n binnen gymles er uit zou moeten zien? De les zou beginnen met het zingen van een marslied. Daarna volgden 20 minuten van “lichaamsoefeningen tusschen, in en met de banken.” Gevolgd door oefeningen die het maatgevoel en de zintuigen zouden versterken. Na de gymoefeningen zouden er nog tien minuten moeten worden besteed aan de “bespreking van het hoe en waarom van eenige hygiënische regels.”

Behoorlijk anders dus dan de gymlessen die mijn leerlingen tegenwoordig krijgen in de fitnessruimte van mijn school!

Springhek

DIY evenwichtsboom  en springhek.

Waarom werd gymles nu juist tijdens de Duitse bezetting doorgevoerd in Nederland? Simpelweg omdat het in het plaatje paste van het nationaal socialistische Nederland dat de Duitse bezetter probeerde te creëren. Het onderwijs was volgens het nationaal socialistische mensbeeld te sterk gericht op kennisoverdracht en hierdoor werd de “geestelijk-lichamelijke eenheid van de mensch”miskent. Gevolg hiervan zou zijn dat “de volle kultuur van het volk” werd bedreigt. Het onderwijs moest dus veel harmonischer en lichamelijke opvoeding werd gezien als een essentieel onderdeel daarbij. Sportprestaties en onderling samenwerken tijdens de gymles zouden bijvoorbeeld een positief effect hebben op de persoonlijkheidsvorming van leerlingen.

Inmiddels is de gymles niet meer uit de school weg te denken. Hoewel er natuurlijk wel een wereld van verschil zit tussen de geïmproviseerde klauterhekken in de polder in 1943 en de loopband bij mij op schoon anno 2016!

 

Zelf eens meer lezen over die allereerste lesplannen uit 1943? Het boekje lichamelijke opvoeding in moeilijke tijden van het Departement Opvoeding, Wetenschap en Kultuurbescherming is te vinden in de Koninklijke Bibliotheek van Den Haag onder aanvraagnummer 1150 D 77.

Geef spoedig door!!!!!!!

Maandag 7 mei 1945. De spanning, opwinding en feestvreugde hing waarschijnlijk in de lucht, die dag in Amsterdam. Weken, maanden, zelfs jaren was er op gewacht en nu leek het toch echt te gebeuren: de bevrijding van Amsterdam! Het was niet de eerste keer dat Amsterdammers zich klaar maakten voor het bevrijdingsfeest op de Dam. Op dinsdag 5 September 1944, beter bekend als ‘Dolle Dinsdag’, ging het gerucht dat de geallieerde soldaten al in Breda zouden zijn! De stemming zat er goed in bij de Amsterdamse jeugd. Bijvoorbeeld bij de jongens op het Mercatorplein. Daar werden de Duitse wegwijsborden gesloopt en verbrand (bekijk de foto hiervan hier). Het was niet voor iedereen feest. Duizenden N.S.B.-ers verlieten huis en haard om zichzelf in veiligheid te brengen in Duitsland.

Helaas duurde de pret van de feestende massa niet lang. Al snel werd het duidelijk dat de geallieerden nog wel even op zich zouden laten wachten. Amsterdam maakte eerst nog de strenge hongerwinter van ’44-45 mee voordat het weer voorjaar werd en men weer hoop begon te krijgen op een snelle bevrijding.

7 mei 1945 was het dus bijna zover. De leerlingen van het Katholieke Ignatius College te Amsterdam gaven stiekem dit “Bulletin” aan elkaar door. Aangekondigd werd dat de Canadezen Amsterdam zouden bevrijden. Waarschijnlijk zelfs de volgende dag. Leerlingen werden opgeroepen om te verzamelen op de Dam met een broodje in de zak voor de lunch en de liedjes die waren voorbereid voor het bevrijdingsfeest.

IMG_6163.JPGBron: NIOD Archief, Schoolverzet 257f doos 4.

Beelden van de feestvreugde op de Dam op 8 mei zijn hier te vinden. Wie weet staan er ook wat leerlingen van het Ignatius College tussen! Op 9 mei, de warmste dag van dat jaar(!), werden de Canadezen officieel ingehuldigd op de Dam en was Nederland zo goed als bevrijd.

 

 

Hoogtepunten 2015

Het was een mooi jaar vol met hoogtepunten! Hieronder de belangrijkste op het gebied van mijn onderzoek.


1. Toekenning promotiebeurs voor leraren van het NWO

Eind februari 2015 kreeg ik te horen dat de promotiebeurs voor leraren aan mij werd toegekend. Ik kwam thuis van werk en er lag een dikke envelop op de mat van het NWO. Razendsnel gingen de gedachten door mijn hoofd. Ik hoopte dat de dikte van de envelop aangaf dat ik het geworden was. En dat was inderdaad zo! Gelijk in maart 2015 kon ik met mijn onderzoek beginnen.


2. Conferentie Oslo

Het toeval wil dat precies in de voorjaarsvakantie er een conferentie plaatsvond in Oslo over onderwijs in de bezette Duitse gebieden. Een zogenaamde “expert meeting”. Ik mocht er 45 minuten vertellen over mijn onderzoek en de Nederlandse casus. Hoewel nog maar net begonnen met mijn onderzoek, kon ik toch een aardig beeld schetsen van mijn eerste bevindingen. Nog belangrijker, ik hoorde andere onderzoekers spreken over de maatregelen op het gebied van onderwijs in Noorwegen en België. Een bijzonder leerzame ervaring dus!


3. 4 mei lezing Universiteit Utrecht

Dit jaar werd ik gevraagd door een oud-docent om de 4 mei lezing te houden voor de herdenking van de Universiteit Utrecht. Een hele bijzondere gelegenheid en een eer om iets te mogen zeggen tijdens deze herdenking. Omdat ik voor mijn onderzoek zo bezig ben met deze periode in de geschiedenis is de 4 mei herdenking voor mij altijd erg “persoonlijk”. Ondanks dat ik zelf niet mensen heb verloren tijdens de oorlog, denk ik op zo’n dag wel aan de vele verschillende personen die ik in het archief dagelijks tegen kom en waarvan ik weet dat zij op verschillende manieren onder de oorlog hebben geleden. Het was dan ook erg bijzonder om in deze lezing het belang van herdenken te mogen onderstrepen voor de aanwezige studenten en Utrechtenaren.

  

4. Conferentie Tennessee

 Afgelopen herfstvakantie mocht ik spreken op een Holocaust conferentie in Tennessee. Mijn lezing richtte zich specifiek op anti-Joodse maatregelen in het Nederlandse onderwijs tijdens de bezetting. Het was heel bijzonder om voor werk naar Amerika te mogen gaan. Vooral om zelf te zien hoe men daar met de geschiedenis van de Holocaust om gaat. Ook was het bijzonder interessant om feedback te krijgen van andere scholars, die misschien niet direct experts zijn op het gebied van onderwijs tijdens de oorlog maar mij wel konden helpen aan nieuwe inzichten. 

5. Archiefdagen

Het laatste hoogtepunt van 2015 zijn eigenlijk alle dagen die ik tot nu toe in het archief, in de bibliotheek of op conferenties doorbracht. De mogelijkheid om dit onderzoek te doen naast mijn eigen baan heeft mijn werel zo verbreed! Het heeft er voor gezorgd dat ik mezelf nu constant aan het ontwikkelen ben. Zo ontdek ik bijvoorbeeld hoe ik omga met de grote vrijheid en verantwoordelijkheid dat zo’n groot onderzoek met zich mee brengt. Ik doe dingen en kom op plekken waar ik voorheen nooit eerder van had gedroomd. 
2015 kan ik dus met recht een topjaar noemen! Ik hoop dat 2016 mij wederom uitdagingen en mooie momenten zal geven.

Red wedding

Waarschuwing: de volgende blog bevat spoilers over seizoen 3 van GoT.

Vandaag een historisch uitstapje naar een andere periode dan de oorlogsperiode. Omdat ik veel lees over Protestants-Christelijke scholen ben ik mij sinds kort gaan verdiepen in de kerkgeschiedenis van de Protestanten. Zo stuitte ik op een “Red wedding” uit het verleden die verdacht veel lijkt op George R.R. Martin’s Red wedding.

Games of Thrones seizoen 3 aflevering 9. De Starks zijn op bezoek bij Lord Walder Frey om de bruiloft bij te wonen van één van zijn dochters. Eerder, tijdens een veldtocht van de Starks, was er een pact gesloten tussen hen. In ruil voor een veilige overtocht via Lord Frey’s brug zou Robb Stark trouwen met één van zijn dochters. Inmiddels zijn we een paar maanden verder en heeft Robb zijn belofte gebroken. Hij is getrouwd met een andere jonge dame en verwacht zijn eerste kind. 

Wanneer Lord Frey hen uitnodigt voor de bruiloft van zijn dochter kan hij dit teken van vergeving en verzoening niet weigeren. De bruiloft loopt echter  uit op een bloedbad. Starks’ mannen worden afgeslacht, hijzelf, zijn vrouw en moeder Catelyn Tully overleven deze “Red wedding” ook niet.
(Zie de reacties van sommige GoT kijkers terwijl deze castrofale scène zich ontvouwd.)

Het is bekend dat schrijver van de boekenserie George R.R. Martin voor veel van zijn verhaallijnen inspiratie heeft geput uit de geschiedenis. Ook voor het scenario van de Red wedding hoeven we niet al te ver terug in de tijd en kunnen we dicht bij huis blijven. De Parijse bloedbruiloft in 1572 schets bijna hetzelfde beeld. Hier is de inzet van de strijd niet een verbroken huwelijkspact maar een religieus geschil. 

De jaren voorafgaand aan deze historische Red wedding werden getekend door conflicten tussen Roomsgezinde en hervormingsgezinde adelijke families. Deze strijd laaide in alle hevigheid op in de dagen na de bruiloft van de hervormingsgezinde Hendrik van Bourbon met de zuster van de Katholieke koning Karel IX. De Roomse (schoon)moeder had tijdens de St. Bartholomeusnacht van 23 op 24 augustus 1572 een massamoord geïnitieerd. Vele leiders van de hervormden werden koelbloedig vermoord. Het geschatte dodenaantal lag rond de 2000. Wat een mooie bruiloft had moeten worden zou later bekend staan als “de Parijsebloed bruiloft”. 

Zo blijkt maar weer dat geniale plotwendingen in fantasie(boeken)series soms dichter bij de realiteit liggen dan dat we in eerste instantie zouden denken!

Meer over de Bartholomeusnacht.

Kijk hier naar “Red wedding the musical”.

Op zoek naar een kort overzicht van de kerkgeschiedenis? Lees “Eenvoudig leerboek der kerkgeschiedenis” door D’r. F. Bloemhof. 

Schoolfeest afgelast!

“Voorlopig geen uiterlijk vreugdebetoon. Niet vlaggen. Geen schoolfeestjes.” In juni 1940 werd er van hogerhand, het Departement van Onderwijs, bepaald dat er voorlopig geen schoolfeestjes gehouden mochten worden. En dat precies in de periode, aan het einde van het schooljaar, dat de leukste schoolfeestjes voor de deur stonden! Het schoolfeest waar elke puber reikhalzend naar uit keek, werd met één verordening verboden.

Nationale rouw

Waarom? Officieel omdat het land in rouw was. Met de Duitse inval in mei 1940 waren er vele doden gevallen. De verordening verwees naar alle getroffen gezinnen, gemeentes, dorpen en verenigingen die deze doden te betreuren hadden. Haast iedereen was wel geraakt door dit oorlogsgeweld en uit respect voor hen zou het land in rouw zijn. In ieder geval tot aan het einde van 1940. Dat betekende geen schoolfeesten en geen uitgestoken vlaggen.

Tot dusver, logisch. Zou ik docent zijn geweest in Syrië, aan het begin van de burgeroorlog, dan zou ik waarschijnlijk ook niet echt behoefte hebben aan een schoolfeest. Een avond cola schenken terwijl zwetende, opgedirkte pubers met hun beugelbekkies en te korte rokjes in kringetjes op de beats proberen te dansen terwijl de rest van het land in de brand staat? Mij niet gezien. Was ik nu docent in Parijs, dan zou ik in de week van de aanslagen waarschijnlijk ook niet het schoolfeest door laten gaan. Uit respect voor de slachtoffers en hun nabestaanden.

Misschien heerste dat sentiment ook wel in Nederland, amper drie maanden na de Duitse inval? Waarschijnlijk waren mensen met andere dingen bezig dan schoolfeestjes en “uiterlijk vreugdebetoon”.

Stil verzet

De rest van de brief van het Departement verraad echter ook een ander motief voor deze verordening. Zij schreef namelijk dat ieder openlijk feestbetoon achterwege moest blijven. Zo mocht er niet meer gevlagd worden op dagen dat het voorheen heel gewoon was. Niet op overheidsgebouwen, maar ook niet op eigen woningen. Dit lijkt een bijzinnetje. Iets van ondergeschikt belang wanneer een land in rouw is.

Dit is echter een slim staaltje werk waar we nu een spin-doctor in zouden zien. Het uithangen van de Nederlandse vlag was namelijk niet alleen verbonden met vreugde uitingen, maar ook met het nationalisme en de gevluchte Koninklijke familie. “Vlaggen” en bijvoorbeeld een oranje sjaaltje dragen kon makkelijk worden uitgelegd als een vorm van “stil” verzet tegen de nieuwe bezetter.

Door de verordening te verbinden aan de rouw om de slachtoffers, is de werkelijke aard van deze verordening niet meteen duidelijk. Het was niet alleen een onschuldig verbod op schoolfeestjes, maar toch vooral een verbod op het uiten van nationale symbolen en een extra beperking voor het “stille” verzet.

 

 

Het wonder van de vergeten archiefmap

Het klinkt misschien niet zo heel spannend maar voor mijn onderzoek zijn de “vergeten” mappen juist de spannendste. 

Vandaag zat ik een dag in het archief van het NIOD. Hier liggen (bijna) alle documenten die betrekking hebben op Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Over het algemeen zijn de documenten goed gedocumenteerd. Dat betekend dat als je een zoekterm invuld in zoekmachine er een overzichtelijke lijst uitrolt met beschrijvingen wat er in iedere doos of archiefmapmisschien te vinden is. 

  
Foto: Archiefstukken Katholiek Documentatie Centrum, Nienke Altena Juli 2015.

Na aanvraag is het altijd maar de vraag wat er uiteindelijk op je tafel terecht komt. De ene keer is het een grote doos met duizenden papieren, de andere keer moet je genoegen nemen met een mapje met maar twee stencils.

Toch komt het ook wel eens voor dat er geen inventarislijst is van een bepaald archief, of maar gedeeltelijk. Vanmiddag vroeg ik zo’n archief op waarvan een gedeelte ongeinventariseerd was. Een gouden greep bleek achteraf! Bijvoorbeeld een map met documenten over een groep geschiedenis leraren. Zij maakten zich zorgen maakten over de toekomst van het Nederlandse onderwijs tijdens de bezetting. Beschreven werd hoe zij er, met de inval van de Duitsers, vanuit gingen dat ook het (geschiedenis)onderwijs zou worden aangepakt. Om zich te wapenen tegen eventuele maatregelen van nazificatie van het geschiedenisonderwijs verenigden deze geschiedenis docenten zich. Zij zijn tijdens de bezettingsjaren regelmatig bij elkaar gekomen om (nazificatie)maatregelen van het departement van onderwijs te bespreken. 

Bij zo’n vondst gaan mijn hart sneller kloppen. Het is een bevestiging van mijn vermoeden dat docenten zich zorgen maakten over de veranderingen in het onderwijs onder nationaal socialistische druk van bovenaf. Ook laat het zien dat niet elke docent klakkeloos Duitse verordeningen uitvoerde en dat er in dit geval zelfs preventief actie is ondernomen door individuen. Natuurlijk moet ik nog verder in dit geval duiken, nagaan wat men daadwerkelijk heeft gedaan en wat men zag als “nazificatie” maatregelen. Maar het is een mooi begin! 

En dat allemaal omdat ik vanmiddag nieuwsgierig was naar wat er in die “vergeten” archiefmap zou zitten. Soms is archiefonderzoek dus ook je nieuwsgierigheid achterna gaan en je blijven verbazen over de verhalen die nog steeds verborgen liggen in stoffige archiefmappen.