Ooggetuigen in de klas

 

Normaal gesproken publiceer ik hier blogs over mijn onderzoek naar het onderwijs tijdens de Duitse bezetting in Nederland. Naast onderzoeker, ben ik geschiedenis docent op een internationale middelbare school. Vandaag een blog over oorlog in de klas in 2016; ik schrijf over het bezoek van een “levende bron” in mijn klas.

Tien leerlingen zitten in een kring in de klas aandachtig te luisteren naar een oudere dame op een regenachtige donderdagmorgen. Het is muisstil in de klas, de zachte stem van de ooggetuige verteld over een harde werkelijkheid, iets meer dan vijfenzeventig jaar geleden. Hoe zij als baby met haar familie vluchtte uit Polen naar Rusland omdat zij Joden waren. Hoe zij, samen met andere vluchtelingen werden afgevoerd naar “opvangkampen” in Siberië. Hoe de zij de kou en het weerbarstige landschap in Siberië kon ontvluchten en naar Oezbekistan kon komen. Daar ging ze naar school. Het portret van Stalin, wat in de klas hing, vond ze maar eng. Lenin daarentegen leek haar een vriendelijke man, zo op het eerste gezicht. Thuis werd er Jiddisch tegen haar gesproken, zijzelf praatte Pools terug en op school en op straat was de voertaal Russisch. Al deze tijd, tijdens de dwaaltochten door Oost Europa, leefde zij met haar familie in kleine kamertje bij elkaar, nooit groter dan de helft van een klaslokaal. Hierdoor leerde ze dat het allerbelangrijkste was dat je als familie er voor elkaar bent en voor elkaar zorgt. Toen het einde van de oorlog een feit was, vertrok ze met haar moeder naar Polen. Vader en grootmoeder hadden de oorlog niet overleefd. Uiteindelijk kwamen ze in 1946 in Amsterdam terecht. Hier groeide ze op en leeft ze, tot de dag van vandaag.

Een indrukwekkend verhaal van een slachtoffer van de Tweede Wereldoorlog, op de vlucht voor vervolging, op zoek naar een veilig thuis. Na haar bijzondere verhaal konden leerlingen vragen stellen. Een leerling wilde graag weten wat ze het aller moeilijkste heeft gevonden aan deze periode van haar leven. Met zachte stem en zachte blik in haar ogen vertelde ze hem dat ze nergens het gevoel heeft “thuis” te zijn. Hoewel Poolse vanaf haar geboorte, voelt ze zichzelf niet een echte Pool. Nederland is een fijn land om te leven, maar ze voelt zich niet zo’n Nederlander als bijvoorbeeld haar eigen kinderen en kleinkinderen. De meeste van mijn leerlingen knikten bevestigend. Al hebben zij niet de traumatische ervaringen van op de vlucht zijn meegemaakt en hebben zij niet midden in een oorlog moeten overleven, ook zij kennen het gevoel van zich nergens thuis voelen. Wanneer een leerlingen wordt gevraagd waar hij vandaan komt heeft hij niet direct een antwoord. Zijn vader heeft een dubbele nationaliteit, net zoals zijn moeder en hij heeft in zijn korte leven al in vier verschillende landen gewoond. Waar is dan nog “thuis”? En waar kom je dan vandaan?

Het blijven bijzondere momenten, wanneer ooggetuigen van de Tweede Wereldoorlog de tijd en de moeite nemen om leerlingen een middag te vertellen over hun ervaringen. Welk verhaal er ook wordt verteld, altijd zijn er wel raakvlakken met de leefwereld van de leerlingen. Altijd ontstaat er wel een vorm van begrip en contact tussen beide, ongeacht het grote leeftijdsverschil. Wanneer de vrouw met de zachte stem en de vriendelijke blik het lokaal uitloopt kijk ik naar de gezichten van de leerlingen. Ze zijn onder de indruk van de kracht van haar verhaal. Ik weet zeker dat deze ontmoeting hen nog lang bij zal blijven.

Benieuwd geworden naar het persoonlijke verhaal van de ooggetuigen? Bronia Davidson heeft een boek geschreven over haar oorlogservaringen. “Vlucht naar het Oosten” te verkrijgen via deze link.

Ook een ooggetuige uitnodigen voor op jouw school? Landelijk Steunpunt Ooggetuigen WOII – Heden brengt je graag in contract met de ooggetuigen!

Thank God it’s Friday

De meeste dagen vind ik onderzoek doen echt heel leuk. Ik mag mijn eigen tijd indelen en weet in de ochtend eigenlijk nooit welke ontdekkingen ik die middag weer zal doen. Meestal voelt het alsof ik van mijn hobby mijn werk heb mogen maken. Een enkele dag voelt het alsof het wel echt werk is wat ik doe.

Vandaag was zo’n dag. Ik moest het correspondentieblad van een onderwijs vakbond doorlezen. Te beginnen in 1933 tot en met de (door de Duitsers gedwongen) opheffing in 1942. Normaal niet zo’n dingetje maar nu was het blad zelf niet aanwezig in het archief. Wel hadden zij een film van het blad; een hele boel dia’s achter elkaar die ik met een computer/projector uit het jaar nul kon bekijken.  

   

Na best wel wat gepiel is het mij uiteindelijk gelukt het apparaat te laten werken. Alleen automatisch terugspoelen bleef lastig dus dat deed ik dan maar met de hand… Vermoeiend! 

Het gaat natuurlijk uiteindelijk allemaal om de inhoud. Mijn dag is succesvol als ik met nieuwe inzichten en goede quotes naar huis kan. Dat is wel weer gelukt vandaag. Maar stel jezelf voor dat je vijf uur achter elkaar het huis-aan-huis blaadje van de ANWB moet lezen, op een brak computerscherm, op zoek naar anti-Duitse opmerkingen en ingezonden brieven over de toestand in Duitsland. Dan denk je met recht op het einde van de dag: Thank God it’s Friday! 

“Holderdebolder Hitler hangt op zolder”

Liedjes op het speelplein tijdens de pauze zijn van alle tijden. Ook tijdens de bezetting werden er op de schoolpleinen van Nederland liedjes gezongen en grapjes verteld. In de winter van 1941 informeerde het Openbaar Ministerie de hoogste baas van het Ministerie van Justitie over deze kinderliedjes. In een brief zijn enkele voorbeelden van deze “ontoelaatbare toestanden op scholen” beschreven. Zo werd de spot gedreven met Hitler in het volgende liedje:

Holderdebolder

Hitler hangt op zolder

Een touw om zijn nek

Een prop in zijn bek

Daar hangt die halve gek

Andere liedjes gingen over de gevluchtte Koningin op de welbekende melodie van een Sinterklaasliedje.

Zie ginds komt de stoomboot

Uit Engeland weer aan

Zij brengt ons Wilhelmientje

Ik zie haar al staan

Hoe waaien de wimpels

Van ’t rood wit en blauw

Laat Hitler maar stikken Wij blijven getrouw.

De briefschrijver verwachtte dat er maatregelen zouden worden getroffen tegen de genoemde scholen. Voor zover ik heb kunnen nagaan is hier echter niets mee gebeurd. Wel werden scholen er in brieven van de hoogste baas van het ministerie van onderwijs op gewezen dat zij zelf verantwoorlijk waren voor “orde en rust” op de scholen.

Oorlog anno 2015

Dit jaar ben ik gevraagd om de 4 mei lezing van de Universiteit van Utrecht te geven. De lezing is hieronder na te lezen.

  

Op dit moment zijn er 41 gewapende conflicten wereldwijd aan de gang. Misschien is het conflict met IS in Syrië en omstreken hetgeen waar de meesten van ons nu direct aan denken. Een aantal jaar geleden zouden onze gedachtes naar Darfur zijn gegaan, of Afghanistan.

 

Dagelijks zie ik op het journaal beelden voorbij komen van stromen vluchtelingen, mogelijke vredesakkoorden en zelfmoordaanslagen. Maar het blijft inmiddels niet bij de verslagen op het journaal. Wanneer ik naar mijn Facebook feed kijk en zie wat mijn vrienden en kennissen met mij delen, lees ik over de benarde positie van politieke gevangen via Amnesty International. Ook zie ik een filmpje van War Child waarin zij laten zien dat er zoveel kinderen die de oorlog hebben overleefd, voor het leven geschaad zijn. Maar dat ook zij een nieuw leven verdienen. Kijk ik op youtube, dan kan ik in een muisklik de onthoofding van één van de gijzelaars van IS zien, inclusief smeekbedes van het slachtoffer. Ik kan op filmpjes zoeken van zowel Artsen Zonder Grenzen in oorlogsgebieden als van Syriëgangers.

 

Deze stroom aan informatie en gruwelijke beelden van oorlogsgeweld is iets waar ik dagelijks mee geconfronteerd word via mijn computer en mobiel. Ik hoef er niet zelf naar op zoek te gaan, het vindt mij. Dat geldt niet alleen voor mijzelf, maar zeker ook voor mijn leerlingen. Als mijn eerste jaren voor de klas op een middelbare school mij iets hebben geleerd, is het dat als ik deze informatie online constant tegen kom, dat mijn leerlingen de beelden zeker zo vaak op hun scherm zien. En vaak al eerder dan dat het mij heeft bereikt. Dat betekend dat ook mijn leerlingen, uw kinderen en kleinkinderen, dagelijks worden geconfronteerd met de gruwelen van oorlogsgeweld. Op school ontkom ik dan ook niet aan gesprekken en discussies over deze onderwerpen. Wanneer er in het weekend een filmpje online is gezet van de onthoofding van een gijzelaar, wordt maandagmorgen gelijk tijdens het eerste uur besproken wie dat nog meer al heeft gezien. 

 

Ook behoren deze actuele conflicten en oorlogen tot de lesstof en leiden ze tot discussies –  soms in samenhang met conflicten uit het verleden, zoals de Eerste en de Tweede Wereldoorlog. Toch blijven deze vergelijkingen en opmerkingen erg oppervlakkig. Actuele conflicten gebeuren vaak ver van onze eigen leefwereld. Historische conflicten lijken te ver in het verleden te liggen om er nog een echte connectie mee te voelen. Zeker voor een generatie waarvan de opa’s en oma’s de oorlog zelf niet, of niet bewust, hebben meegemaakt. 

 

Het beeld dat mijn leerlingen zich zo van “oorlog” vormen, is dus over het algemeen vooral gebaseerd op de informatie uit de journaals, de twitterfeed en de facebook updates van henzelf en hun vrienden. Een enkele keer komt het wel voor dat ik of mijn leerlingen mensen kennen die direct betrokken zijn of zijn geweest bij een conflict. Wanneer dat het geval is, zoals bij het conflict in de Krim, dan komt vaak het menselijke verhaal naar voren. Hoe een tante de bombardementen beleefd heeft, of hoe het is om niet genoeg eten te kunnen krijgen voor het hele gezin. Maar toch blijft het fenomeen “oorlog” op een veilige afstand. Het gebeurd daar en zeker niet hier. Oorlog is overduidelijk gruwelijk en dodelijk maar als regel ook ver weg en zeker geen onderdeel van ons eigen leven.

 

Wat is de uitwerking van die stroom aan nieuwsberichten en facebook updates over de gevolgen van oorlog? Ik denk dat deze stroom aan informatie jongeren niet alleen bewust kan maken, maar zeker ook kan afstompen. Het kan zorgen voor een onverschillige houding. Soms bespeur ik dit soort pessimisme, niet alleen bij ouderen waarvan je het wel een beetje verwacht, maar bij piepjonge pubers in mijn klas. “Het gebeurt toch wel” en “wat kan ik er aan doen, mevrouw?”, “wat heb ik met die oorlogen en die slachtoffers te maken?”.

 

Dit geeft stof tot nadenken. Als er al zoveel input komt over actuele oorlogen en conflicten, maar het gevolg onverschilligheid is, wat voegen onze eigen geschiedenis, en oorlogen uit het eigen verleden dan eigenlijk nog toe? 

 

De eerste en tweede generatie van na de oorlog voelen de oorlog als onderdeel van hen, als eenbelangrijke gebeurtenis die hen heeft gevormd. Hem herdenken is voor hen een logisch onderdeel van de samenleving, net zoals Koningsdag en 5 mei gevierd wordenDe laatste jaren hoor ik steeds vaker dat deze generatie meer en meer vreest dat dit zal vergaan, samen met de ooggetuigen die nu langzaam uit ons midden verdwijnen.  Wanneer hun herinneringen niet meer persoonlijk kunnen worden verteld, wat blijft er dan nog over van de herinnering en herdenking van deze oorlog? Wat is zijn functie voor de volgende generatie? En wat maakt hem anders? Is hij eigenlijk wel anders, dan die 41 oorlogen die nu aan de gang zijn?

 

Ik denk van wel.

In een tijd waarin oorlogsgeweld en consequenties van gewapend conflict kunnen worden weg geklikt met één klik op de muis. Een tijd waarin video’s van onthoofdingen gemakkelijk gevolgd kunnen worden door de nieuwste videoclip van Lady Gaga. Een tijd waarin de laptop gemakkelijk dichtgeklapt kan worden als de nieuwsberichten ongemakkelijk gruwelijk zijn. In deze tijd is het des te belangrijker dat sommige confrontaties met oorlog en beperking van vrijheden écht doordringen tot ons dagelijks leven. En de littekens van deze oorlog in onze directe omgeving kunnen daar voor zorgen, ook al zijn de ooggetuigen er niet meer.

 

Neem het project van de struikelstenen. Op verschillende plaatsen in Nederland zijn kleine messing herdenkingsteentjes geplaatst. Een soort van klinkers. Deze liggen op plekken waar Joden hebben gewoond, die tijdens de oorlog zijn verdreven en vermoord. Een kleine, plaatselijke herdenking dus. Een steen die je doet struikelen over het verleden. Stil doet staan en rekenschap doet geven van de oorlog. Het zorgt voor een klein moment van realisatie. Een moment waarin de wereld van de oorlog, de extreme consequenties van gewapende conflicten, onze eigen wereld binnen komt lopen. Er is geen ontkomen aan, de struikelsteen onze belevingswereld ingekomen en confronteert hij ons met de oorlog in onze eigen stad. Op weg naar de trein, het ochtend college of een koffie afspraak wordt onze dagelijkse gang onderbroken. Worden wij even herinnerd aan de oorlogslittekens van de stad. Zo’n project haalt het verleden onze leefwereld binnen

 

Het heeft ook nog een andere belangrijke uitwerking: het zorgt er ook voor dat doelstellingen van de Nazi’s niet worden bereikt, in tegendeel! Deze slachtoffers worden zo niet vergeten, maar juist onthouden. We ontmoeten de mensen die er ooit waren maar die er niet langer mochten zijn. Al is het klein en enkel een moment, toch leven zij zo voort in ons, als onderdeel van de identiteit van onze stad.

 

Ook in Utrecht kunnen talrijke struikelstenen geplaatst worden. Bijvoorbeeld langs de singel, hier verderop. Voorbij het gemeentehuis, op de vismarkt. Vlakbij het bruggetje en het pleintje. Loop er vanmiddag maar eens langs, Vismarkt nummer 9. Daar woonde voor de oorlog Eduard, door zijn ouders en broer Edu genoemd. Hij was de zoon van slager Simon Keizer en zijn vrouw Mien. Als Joods gezin in Utrecht moesten zij in 1942 besluiten onder te duiken. Vader en moeder vonden een plek op het terrein van het voormalig Academisch Ziekenhuis aan de Catharijnesingel. Edu werd onder een valse naam ondergebracht in een kindertehuis in Zeist.

 

Zijn ouders overleefden de oorlog wel. Maar Eduwerd als zesjarig jongetje in Auschwitz vermoord. Gister, tijdens de Culturele zondag kon u zijn nog levende broer herinneringen op horen halen aan zijn kleine broertje Edu en aan hun ouders.

 

Als we de brug overlopen en doorsteken naar de Steenweg komen we de Buurkerk tegen. Tegenwoordig het huis van museum Speelklok. In het weekend willen de torenklokken van deze oude kerk nog wel eens spelen. Maar wat wij horen, is nieuw en klinkt niet zoals het ooit geweest is. Net zoals de meeste andere kerken in Utrecht en de rest van Nederland moest de Buurkerk tijdens de oorlog haar klokken inleveren aan de bezetter. Deze klokken werden omgesmolten tot kogels en zo hergebruikt voor de strijd in het Oosten. Bijna 5000 Nederlandse kerkklokken zijn zo, tijdens de oorlog, gevorderd. De klokken van de Dom zijn bewaard gebleven. Als u de tocht maakt naar het klokkenspel boven in deze toren zult u misschien wel de letter “M” op deze klokken gedrukt zien staan. Dit was het brandmerk voor de bezetter dat het om monumentale klokken ging, dieniet mochten worden gevorderd. In ieder geval, niet zo lang er nog andere klokken waren om kogels mee te maken. Zo zijn de melodieën van de Dom één van de weinige authentieke klokken melodieën van de stad.

 

En zo zit de stad vol met verhalen en herinneringen over de oorlog, over onze oorlog. Over zijn slachtoffers, onze slachtoffers en over vechten voor vrijheid, onze vrijheid.  De ooggetuigen zijn misschien verdwenen, maar de littekens in de stad dragen wij met ons mee. Juíst doordat deze oorlog zo dichtbij komt, zo onderdeel uit maakt van onze directe, dagelijkse omgeving, is hij uniek. Hij kan hierdoor de verbinding zijn tussen die 41 oorlogen en conflicten en mijn leerlingen in de klas. Aan ons de taak om deze littekens kenbaar te maken. Niet alleen met informatiebordjes en rondleidingen, maar ook gebruikmakend van de mogelijkheden van deze tijd. Zo kunnen apps en virtuele monumenten een geschiedenis van Utrecht ontsluiten voor de nieuwe generatie. Gebruikmakend van de oorlog die plaats heeft gevonden in de eigen, directe leefomgeving, word het besef wat “oorlog”, “vrede”, “onderdrukking”, “vervolging” en “vrijheid” eigenlijk zij , reëler en beter invoelbaar

 

De littekens in ons landschap maken duidelijk aan mij, maar ook aan mijn leerlingen, dat oorlog en dictatuur bittere realiteiten kunnen zijn. Oók hier in Nederland. Het is echt gebeurd, nog geen honderd jaar geleden. Nederlanders hebben hier in angst geleefd, beklemd door de willekeur van een dictatuur, beperkt in persoonlijke vrijheden en in het ergste geval onderdrukt en weggevaagd als mens. Deze littekens zijn er en gaan niet weg met één klik op de muis. Daarom is het herdenken van deze gebeurtenissen zoveel méér dan individuele mensen herdenken en hun verhalen levend houden. Het is inzicht krijgen in het begrip “oorlog” en tegelijkertijd meer begrijpen en waarderen wat “vrede” en “vrijheid” betekenen. Laten de struikelstenen, de monumenten in de stad, de familieverhalen en de herdenkingen op 4 mei ons doen beseffen wat de realiteit van oorlog, vrede en vrijheid is. Laat hen de littekens zijn die wij met ons meedragen. Die ons doet beseffen dat oorlog, waar ook ter wereld, een zaak van ons allen is.

 

Jongens zeilen, meisjes doen het huishouden

Iedereen heeft wel zo zijn eigen mening over wat goed onderwijs is. Misschien nog wel meer over wat slecht onderwijs is. We kunnen ons allemaal wel die ene leraar herinneren die er niets van bakte en het saaie boek voor Frans.

Klagen over het onderwijs is van alle tijden, net als onderwijsvernieuwing. Ook tijdens de oorlog waren zowel Duitsers als Nederlanders bezig met hoe het onderwijs te vernieuwen. De bezetting bracht namelijk ook mogelijkheden met zich mee voor sommigen. Aanpassingen die voorheen onmogelijk leken, zoals het verkleinen van het aantal leerlingen in een klas, werden tijdens de bezetting opeens wel gerealiseerd. 

Velen zagen kansen om gewilde onderwijsvernieuwingen nu eindelijk door te voeren. Zo kwam ik een brief met aanbevelingen voor het onderwijs van de Nederlandse jeugd tegen in het archief. Volgens de schrijver zouden de volgende idealen moeten worden nagestreefd, zodat de jeugd met de juiste idealen zou opgroeien.

  1. De Nederlandsche jeugd onder 18 jaar rookt en drinkt niet.
  2. De Nederlandsche jeugd kan zwemmen.
  3. De Nederlandsche jongen kan zeilen.
  4. De Nederlandsche jeugd kent de natuur.
  5. De Nederlandsche jeugd kent zijn Koloniën.
  6. Het Nederlandsch meisje is huishoudelijk.

Ik ben vooral erg blij dat ook heel veel initiatieven tijdens de bezetting niet zijn doorgevoerd!

Uitreiking promotiebeurs voor leraren

Afgelopen woensdag kreeg ik, samen met 30 andere leraren, de promotiebeurs voor leraren uitgereikt door minister Jet Bussemaker.

Sinds 2011 worden er door het OCenW beurzen gefinancieerd voor leraren in het primair-, voortgezet-, middelbaar beroeps-, hoger beroeps-, en speciaal onderwijs voor promotieonderzoek. Zij stelt per jaar hier circa 9,5 miljoen voor beschikbaar. 

Alle 31 laureaten bij elkaar tijdens de uitreiking van de promotiebeurs.

Alle 31 laureaten bij elkaar tijdens de uitreiking van de promotiebeurs.

Het NWO beoordeelt de aanvragen voor deze beurs en selecteert, na verschillende rondes met o.a. een interview met een beoordelingscommissie, rond de 30 onderzoeken voor een promotiebeurs per ronde. De beurs geeft de leraar de mogelijkheid om voor een periode van vier jaar een vrijstelling van twee dagen per week te krijgen voor het onderzoek. Daarnaast ontvangt hij of zij een jaarlijkse bijdrage voor eventueel onderzoeksmateriaal, reiskosten en congressen. Een droombaan als leraar-onderzoeker dus!

Het doel van deze beurs is om leraren onderzoekservaring op te laten doen waardoor zij hopelijk bijdragen aan verbetering van de kwaliteit van het onderwijs en helpen de aansluiting tussen universiteiten en scholen te verbeteren.

Ik ben ontzettend blij met deze beurs omdat het mij de mogelijkheid geeft om mijzelf, op hoog academisch niveau, verder te ontwikkelen. Als ik voor de klas sta heb ik dagelijks te maken met uitdagingen, vooral op pedagogisch vlak. Tijdens mijn onderzoeksdagen ben ik op mezelf en het archief aangewezen en word ik uitgedaagd op intellectueel niveau. Ik ontwikkel andere vaardigheden en ervaar hoe leuk het is om weer op academisch niveau te werken. Voor mij ligt de link tussen mijn leraarschap en onderzoek bij mijn enthousiasme voor het historisch onderzoek, iets wat ik probeer over te brengen op mijn leerlingen. Kritisch kijken naar bronnen, werken met onderzoeksmethoden en het organiseren en structureren van een onderzoeksproject zijn vaardigheden die ik tijdens mijn onderzoeksdagen zelf ontwikkel. Dit zijn ook precies belangrijke vaardigheden die ik mijn leerlingen aanleer.

De combinatie van lesgeven en onderzoek doen is ontzettend uitdagend en zie ik zeker als de volgende stap in mijn carriere. De tijd dat leraren veertig jaar lang, dag in dag uit, dezelfde lessen afdraaiden binnen de muren van dezelfde school is mijn inziens voorbij. Juist het feit dat mijn wereld groter is geworden en niet stopt bij de ingang van mijn school maakt mij een betere leraar.

Ook enthousiast geworden om een promotiebeurs voor leraren aan te vragen? Hier een blog met tips!

Zie hier de lijst met onderzoeken die deze ronde werden gefinancieerd. Het persbericht van afgelopen woensdag is hier na te lezen. De uitreiking was trouwens in het Amsterdams Lyceum, een school die tijdens de oorlog zeker ook te maken heeft gehad met de bezetter. Lees hier mijn blog over het Amsterdams Lyceum tijdens de oorlog.