“The past is a foreign country: they do things different there.”

Soms lees je een quote die je gelijk inspireert of je gelijk aan het denken zet. Dat had ik vandaag met een quote van L.P. Hartley, een Britse schrijver uit de twintigste eeuw. Zijn boek The Go-Between (1953) begint met de zin:

“The past is a foreign country: they do things different there.”

Al maanden probeer ik grip te krijgen op het reilen en zijlen van het Nederlandse onderwijs tijdens de bezetting. Omdat ikzelf in het middelbaar onderwijs werk kan ik moeiteloos de lesuren-regelingen en het onderwijsjargon dat ik in de archiefstukken tegenkom begrijpen. Soms kan het zelfs lijken alsof er in het onderwijs maar weinig is veranderd in de afgelopen 75 jaar! Het is dan ook verleidelijk om met de bril van nu te kijken naar de onderlinge verhoudingen en de verschillende actoren die ik tegen kom in het archief. Ik betrap mezelf er regelmatig op dat ik betekenis van handelen invul vanuit mijn eigen veronderstellingen van verschillende groepen in de toenmalige samenleving. Daarnaast is mijn beeld is natuurlijk gekleurd door hoe ik naar de huidige samenleving en onderwijspraktijk kijk.

Soms doet het werken met deze tijdsperiode mij denken aan mijn tijd als stagiaire op een highschool in Pennsylvania. Op het eerste gezicht leken er zoveel overeenkomsten te zijn tussen de leefwereld van de Amerikanen om mij heen en mijn eigen leefwereld in Nederland. Beide “Westerse beschavingen” met een gedeeltelijk gedeelde culturele en historische achtergrond. Het was voor mij, op het eerste gezicht, gemakkelijker te integreren dan in bijvoorbeeld Mexico waar ik op mijn 18e een jaar heb gewoond, veel minder een “culture shock”. Na een paar weken bleek echter dat mijn gevoel van bijna alleen maar gemeenschappelijke overeenkomsten berustte op een misvatting. Oppervlakkig waren er dan veel overeenkomsten maar in de praktijk bleek ik vele ongeschreven regels niet te kennen en vaak ook niet te begrijpen. Precies ditzelfde gevoel heb ik soms als ik in het archief bezig ben. Hoewel ik vele aspecten van de Nederlandse samenleving herken in de archiefstukken moet ik mij er constant van bewust zijn dat ik onderzoek doe naar het verleden en dat het verleden “a foreign country” is waar niets is wat het lijkt.

Ooggetuigen in de klas

 

Normaal gesproken publiceer ik hier blogs over mijn onderzoek naar het onderwijs tijdens de Duitse bezetting in Nederland. Naast onderzoeker, ben ik geschiedenis docent op een internationale middelbare school. Vandaag een blog over oorlog in de klas in 2016; ik schrijf over het bezoek van een “levende bron” in mijn klas.

Tien leerlingen zitten in een kring in de klas aandachtig te luisteren naar een oudere dame op een regenachtige donderdagmorgen. Het is muisstil in de klas, de zachte stem van de ooggetuige verteld over een harde werkelijkheid, iets meer dan vijfenzeventig jaar geleden. Hoe zij als baby met haar familie vluchtte uit Polen naar Rusland omdat zij Joden waren. Hoe zij, samen met andere vluchtelingen werden afgevoerd naar “opvangkampen” in Siberië. Hoe de zij de kou en het weerbarstige landschap in Siberië kon ontvluchten en naar Oezbekistan kon komen. Daar ging ze naar school. Het portret van Stalin, wat in de klas hing, vond ze maar eng. Lenin daarentegen leek haar een vriendelijke man, zo op het eerste gezicht. Thuis werd er Jiddisch tegen haar gesproken, zijzelf praatte Pools terug en op school en op straat was de voertaal Russisch. Al deze tijd, tijdens de dwaaltochten door Oost Europa, leefde zij met haar familie in kleine kamertje bij elkaar, nooit groter dan de helft van een klaslokaal. Hierdoor leerde ze dat het allerbelangrijkste was dat je als familie er voor elkaar bent en voor elkaar zorgt. Toen het einde van de oorlog een feit was, vertrok ze met haar moeder naar Polen. Vader en grootmoeder hadden de oorlog niet overleefd. Uiteindelijk kwamen ze in 1946 in Amsterdam terecht. Hier groeide ze op en leeft ze, tot de dag van vandaag.

Een indrukwekkend verhaal van een slachtoffer van de Tweede Wereldoorlog, op de vlucht voor vervolging, op zoek naar een veilig thuis. Na haar bijzondere verhaal konden leerlingen vragen stellen. Een leerling wilde graag weten wat ze het aller moeilijkste heeft gevonden aan deze periode van haar leven. Met zachte stem en zachte blik in haar ogen vertelde ze hem dat ze nergens het gevoel heeft “thuis” te zijn. Hoewel Poolse vanaf haar geboorte, voelt ze zichzelf niet een echte Pool. Nederland is een fijn land om te leven, maar ze voelt zich niet zo’n Nederlander als bijvoorbeeld haar eigen kinderen en kleinkinderen. De meeste van mijn leerlingen knikten bevestigend. Al hebben zij niet de traumatische ervaringen van op de vlucht zijn meegemaakt en hebben zij niet midden in een oorlog moeten overleven, ook zij kennen het gevoel van zich nergens thuis voelen. Wanneer een leerlingen wordt gevraagd waar hij vandaan komt heeft hij niet direct een antwoord. Zijn vader heeft een dubbele nationaliteit, net zoals zijn moeder en hij heeft in zijn korte leven al in vier verschillende landen gewoond. Waar is dan nog “thuis”? En waar kom je dan vandaan?

Het blijven bijzondere momenten, wanneer ooggetuigen van de Tweede Wereldoorlog de tijd en de moeite nemen om leerlingen een middag te vertellen over hun ervaringen. Welk verhaal er ook wordt verteld, altijd zijn er wel raakvlakken met de leefwereld van de leerlingen. Altijd ontstaat er wel een vorm van begrip en contact tussen beide, ongeacht het grote leeftijdsverschil. Wanneer de vrouw met de zachte stem en de vriendelijke blik het lokaal uitloopt kijk ik naar de gezichten van de leerlingen. Ze zijn onder de indruk van de kracht van haar verhaal. Ik weet zeker dat deze ontmoeting hen nog lang bij zal blijven.

Benieuwd geworden naar het persoonlijke verhaal van de ooggetuigen? Bronia Davidson heeft een boek geschreven over haar oorlogservaringen. “Vlucht naar het Oosten” te verkrijgen via deze link.

Ook een ooggetuige uitnodigen voor op jouw school? Landelijk Steunpunt Ooggetuigen WOII – Heden brengt je graag in contract met de ooggetuigen!