Schoolfeest afgelast!

“Voorlopig geen uiterlijk vreugdebetoon. Niet vlaggen. Geen schoolfeestjes.” In juni 1940 werd er van hogerhand, het Departement van Onderwijs, bepaald dat er voorlopig geen schoolfeestjes gehouden mochten worden. En dat precies in de periode, aan het einde van het schooljaar, dat de leukste schoolfeestjes voor de deur stonden! Het schoolfeest waar elke puber reikhalzend naar uit keek, werd met één verordening verboden.

Nationale rouw

Waarom? Officieel omdat het land in rouw was. Met de Duitse inval in mei 1940 waren er vele doden gevallen. De verordening verwees naar alle getroffen gezinnen, gemeentes, dorpen en verenigingen die deze doden te betreuren hadden. Haast iedereen was wel geraakt door dit oorlogsgeweld en uit respect voor hen zou het land in rouw zijn. In ieder geval tot aan het einde van 1940. Dat betekende geen schoolfeesten en geen uitgestoken vlaggen.

Tot dusver, logisch. Zou ik docent zijn geweest in Syrië, aan het begin van de burgeroorlog, dan zou ik waarschijnlijk ook niet echt behoefte hebben aan een schoolfeest. Een avond cola schenken terwijl zwetende, opgedirkte pubers met hun beugelbekkies en te korte rokjes in kringetjes op de beats proberen te dansen terwijl de rest van het land in de brand staat? Mij niet gezien. Was ik nu docent in Parijs, dan zou ik in de week van de aanslagen waarschijnlijk ook niet het schoolfeest door laten gaan. Uit respect voor de slachtoffers en hun nabestaanden.

Misschien heerste dat sentiment ook wel in Nederland, amper drie maanden na de Duitse inval? Waarschijnlijk waren mensen met andere dingen bezig dan schoolfeestjes en “uiterlijk vreugdebetoon”.

Stil verzet

De rest van de brief van het Departement verraad echter ook een ander motief voor deze verordening. Zij schreef namelijk dat ieder openlijk feestbetoon achterwege moest blijven. Zo mocht er niet meer gevlagd worden op dagen dat het voorheen heel gewoon was. Niet op overheidsgebouwen, maar ook niet op eigen woningen. Dit lijkt een bijzinnetje. Iets van ondergeschikt belang wanneer een land in rouw is.

Dit is echter een slim staaltje werk waar we nu een spin-doctor in zouden zien. Het uithangen van de Nederlandse vlag was namelijk niet alleen verbonden met vreugde uitingen, maar ook met het nationalisme en de gevluchte Koninklijke familie. “Vlaggen” en bijvoorbeeld een oranje sjaaltje dragen kon makkelijk worden uitgelegd als een vorm van “stil” verzet tegen de nieuwe bezetter.

Door de verordening te verbinden aan de rouw om de slachtoffers, is de werkelijke aard van deze verordening niet meteen duidelijk. Het was niet alleen een onschuldig verbod op schoolfeestjes, maar toch vooral een verbod op het uiten van nationale symbolen en een extra beperking voor het “stille” verzet.

 

 

Advertenties

Het wonder van de vergeten archiefmap

Het klinkt misschien niet zo heel spannend maar voor mijn onderzoek zijn de “vergeten” mappen juist de spannendste. 

Vandaag zat ik een dag in het archief van het NIOD. Hier liggen (bijna) alle documenten die betrekking hebben op Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Over het algemeen zijn de documenten goed gedocumenteerd. Dat betekend dat als je een zoekterm invuld in zoekmachine er een overzichtelijke lijst uitrolt met beschrijvingen wat er in iedere doos of archiefmapmisschien te vinden is. 

  
Foto: Archiefstukken Katholiek Documentatie Centrum, Nienke Altena Juli 2015.

Na aanvraag is het altijd maar de vraag wat er uiteindelijk op je tafel terecht komt. De ene keer is het een grote doos met duizenden papieren, de andere keer moet je genoegen nemen met een mapje met maar twee stencils.

Toch komt het ook wel eens voor dat er geen inventarislijst is van een bepaald archief, of maar gedeeltelijk. Vanmiddag vroeg ik zo’n archief op waarvan een gedeelte ongeinventariseerd was. Een gouden greep bleek achteraf! Bijvoorbeeld een map met documenten over een groep geschiedenis leraren. Zij maakten zich zorgen maakten over de toekomst van het Nederlandse onderwijs tijdens de bezetting. Beschreven werd hoe zij er, met de inval van de Duitsers, vanuit gingen dat ook het (geschiedenis)onderwijs zou worden aangepakt. Om zich te wapenen tegen eventuele maatregelen van nazificatie van het geschiedenisonderwijs verenigden deze geschiedenis docenten zich. Zij zijn tijdens de bezettingsjaren regelmatig bij elkaar gekomen om (nazificatie)maatregelen van het departement van onderwijs te bespreken. 

Bij zo’n vondst gaan mijn hart sneller kloppen. Het is een bevestiging van mijn vermoeden dat docenten zich zorgen maakten over de veranderingen in het onderwijs onder nationaal socialistische druk van bovenaf. Ook laat het zien dat niet elke docent klakkeloos Duitse verordeningen uitvoerde en dat er in dit geval zelfs preventief actie is ondernomen door individuen. Natuurlijk moet ik nog verder in dit geval duiken, nagaan wat men daadwerkelijk heeft gedaan en wat men zag als “nazificatie” maatregelen. Maar het is een mooi begin! 

En dat allemaal omdat ik vanmiddag nieuwsgierig was naar wat er in die “vergeten” archiefmap zou zitten. Soms is archiefonderzoek dus ook je nieuwsgierigheid achterna gaan en je blijven verbazen over de verhalen die nog steeds verborgen liggen in stoffige archiefmappen.