“Holderdebolder Hitler hangt op zolder”

Liedjes op het speelplein tijdens de pauze zijn van alle tijden. Ook tijdens de bezetting werden er op de schoolpleinen van Nederland liedjes gezongen en grapjes verteld. In de winter van 1941 informeerde het Openbaar Ministerie de hoogste baas van het Ministerie van Justitie over deze kinderliedjes. In een brief zijn enkele voorbeelden van deze “ontoelaatbare toestanden op scholen” beschreven. Zo werd de spot gedreven met Hitler in het volgende liedje:

Holderdebolder

Hitler hangt op zolder

Een touw om zijn nek

Een prop in zijn bek

Daar hangt die halve gek

Andere liedjes gingen over de gevluchtte Koningin op de welbekende melodie van een Sinterklaasliedje.

Zie ginds komt de stoomboot

Uit Engeland weer aan

Zij brengt ons Wilhelmientje

Ik zie haar al staan

Hoe waaien de wimpels

Van ’t rood wit en blauw

Laat Hitler maar stikken Wij blijven getrouw.

De briefschrijver verwachtte dat er maatregelen zouden worden getroffen tegen de genoemde scholen. Voor zover ik heb kunnen nagaan is hier echter niets mee gebeurd. Wel werden scholen er in brieven van de hoogste baas van het ministerie van onderwijs op gewezen dat zij zelf verantwoorlijk waren voor “orde en rust” op de scholen.

Oorlog anno 2015

Dit jaar ben ik gevraagd om de 4 mei lezing van de Universiteit van Utrecht te geven. De lezing is hieronder na te lezen.

  

Op dit moment zijn er 41 gewapende conflicten wereldwijd aan de gang. Misschien is het conflict met IS in Syrië en omstreken hetgeen waar de meesten van ons nu direct aan denken. Een aantal jaar geleden zouden onze gedachtes naar Darfur zijn gegaan, of Afghanistan.

 

Dagelijks zie ik op het journaal beelden voorbij komen van stromen vluchtelingen, mogelijke vredesakkoorden en zelfmoordaanslagen. Maar het blijft inmiddels niet bij de verslagen op het journaal. Wanneer ik naar mijn Facebook feed kijk en zie wat mijn vrienden en kennissen met mij delen, lees ik over de benarde positie van politieke gevangen via Amnesty International. Ook zie ik een filmpje van War Child waarin zij laten zien dat er zoveel kinderen die de oorlog hebben overleefd, voor het leven geschaad zijn. Maar dat ook zij een nieuw leven verdienen. Kijk ik op youtube, dan kan ik in een muisklik de onthoofding van één van de gijzelaars van IS zien, inclusief smeekbedes van het slachtoffer. Ik kan op filmpjes zoeken van zowel Artsen Zonder Grenzen in oorlogsgebieden als van Syriëgangers.

 

Deze stroom aan informatie en gruwelijke beelden van oorlogsgeweld is iets waar ik dagelijks mee geconfronteerd word via mijn computer en mobiel. Ik hoef er niet zelf naar op zoek te gaan, het vindt mij. Dat geldt niet alleen voor mijzelf, maar zeker ook voor mijn leerlingen. Als mijn eerste jaren voor de klas op een middelbare school mij iets hebben geleerd, is het dat als ik deze informatie online constant tegen kom, dat mijn leerlingen de beelden zeker zo vaak op hun scherm zien. En vaak al eerder dan dat het mij heeft bereikt. Dat betekend dat ook mijn leerlingen, uw kinderen en kleinkinderen, dagelijks worden geconfronteerd met de gruwelen van oorlogsgeweld. Op school ontkom ik dan ook niet aan gesprekken en discussies over deze onderwerpen. Wanneer er in het weekend een filmpje online is gezet van de onthoofding van een gijzelaar, wordt maandagmorgen gelijk tijdens het eerste uur besproken wie dat nog meer al heeft gezien. 

 

Ook behoren deze actuele conflicten en oorlogen tot de lesstof en leiden ze tot discussies –  soms in samenhang met conflicten uit het verleden, zoals de Eerste en de Tweede Wereldoorlog. Toch blijven deze vergelijkingen en opmerkingen erg oppervlakkig. Actuele conflicten gebeuren vaak ver van onze eigen leefwereld. Historische conflicten lijken te ver in het verleden te liggen om er nog een echte connectie mee te voelen. Zeker voor een generatie waarvan de opa’s en oma’s de oorlog zelf niet, of niet bewust, hebben meegemaakt. 

 

Het beeld dat mijn leerlingen zich zo van “oorlog” vormen, is dus over het algemeen vooral gebaseerd op de informatie uit de journaals, de twitterfeed en de facebook updates van henzelf en hun vrienden. Een enkele keer komt het wel voor dat ik of mijn leerlingen mensen kennen die direct betrokken zijn of zijn geweest bij een conflict. Wanneer dat het geval is, zoals bij het conflict in de Krim, dan komt vaak het menselijke verhaal naar voren. Hoe een tante de bombardementen beleefd heeft, of hoe het is om niet genoeg eten te kunnen krijgen voor het hele gezin. Maar toch blijft het fenomeen “oorlog” op een veilige afstand. Het gebeurd daar en zeker niet hier. Oorlog is overduidelijk gruwelijk en dodelijk maar als regel ook ver weg en zeker geen onderdeel van ons eigen leven.

 

Wat is de uitwerking van die stroom aan nieuwsberichten en facebook updates over de gevolgen van oorlog? Ik denk dat deze stroom aan informatie jongeren niet alleen bewust kan maken, maar zeker ook kan afstompen. Het kan zorgen voor een onverschillige houding. Soms bespeur ik dit soort pessimisme, niet alleen bij ouderen waarvan je het wel een beetje verwacht, maar bij piepjonge pubers in mijn klas. “Het gebeurt toch wel” en “wat kan ik er aan doen, mevrouw?”, “wat heb ik met die oorlogen en die slachtoffers te maken?”.

 

Dit geeft stof tot nadenken. Als er al zoveel input komt over actuele oorlogen en conflicten, maar het gevolg onverschilligheid is, wat voegen onze eigen geschiedenis, en oorlogen uit het eigen verleden dan eigenlijk nog toe? 

 

De eerste en tweede generatie van na de oorlog voelen de oorlog als onderdeel van hen, als eenbelangrijke gebeurtenis die hen heeft gevormd. Hem herdenken is voor hen een logisch onderdeel van de samenleving, net zoals Koningsdag en 5 mei gevierd wordenDe laatste jaren hoor ik steeds vaker dat deze generatie meer en meer vreest dat dit zal vergaan, samen met de ooggetuigen die nu langzaam uit ons midden verdwijnen.  Wanneer hun herinneringen niet meer persoonlijk kunnen worden verteld, wat blijft er dan nog over van de herinnering en herdenking van deze oorlog? Wat is zijn functie voor de volgende generatie? En wat maakt hem anders? Is hij eigenlijk wel anders, dan die 41 oorlogen die nu aan de gang zijn?

 

Ik denk van wel.

In een tijd waarin oorlogsgeweld en consequenties van gewapend conflict kunnen worden weg geklikt met één klik op de muis. Een tijd waarin video’s van onthoofdingen gemakkelijk gevolgd kunnen worden door de nieuwste videoclip van Lady Gaga. Een tijd waarin de laptop gemakkelijk dichtgeklapt kan worden als de nieuwsberichten ongemakkelijk gruwelijk zijn. In deze tijd is het des te belangrijker dat sommige confrontaties met oorlog en beperking van vrijheden écht doordringen tot ons dagelijks leven. En de littekens van deze oorlog in onze directe omgeving kunnen daar voor zorgen, ook al zijn de ooggetuigen er niet meer.

 

Neem het project van de struikelstenen. Op verschillende plaatsen in Nederland zijn kleine messing herdenkingsteentjes geplaatst. Een soort van klinkers. Deze liggen op plekken waar Joden hebben gewoond, die tijdens de oorlog zijn verdreven en vermoord. Een kleine, plaatselijke herdenking dus. Een steen die je doet struikelen over het verleden. Stil doet staan en rekenschap doet geven van de oorlog. Het zorgt voor een klein moment van realisatie. Een moment waarin de wereld van de oorlog, de extreme consequenties van gewapende conflicten, onze eigen wereld binnen komt lopen. Er is geen ontkomen aan, de struikelsteen onze belevingswereld ingekomen en confronteert hij ons met de oorlog in onze eigen stad. Op weg naar de trein, het ochtend college of een koffie afspraak wordt onze dagelijkse gang onderbroken. Worden wij even herinnerd aan de oorlogslittekens van de stad. Zo’n project haalt het verleden onze leefwereld binnen

 

Het heeft ook nog een andere belangrijke uitwerking: het zorgt er ook voor dat doelstellingen van de Nazi’s niet worden bereikt, in tegendeel! Deze slachtoffers worden zo niet vergeten, maar juist onthouden. We ontmoeten de mensen die er ooit waren maar die er niet langer mochten zijn. Al is het klein en enkel een moment, toch leven zij zo voort in ons, als onderdeel van de identiteit van onze stad.

 

Ook in Utrecht kunnen talrijke struikelstenen geplaatst worden. Bijvoorbeeld langs de singel, hier verderop. Voorbij het gemeentehuis, op de vismarkt. Vlakbij het bruggetje en het pleintje. Loop er vanmiddag maar eens langs, Vismarkt nummer 9. Daar woonde voor de oorlog Eduard, door zijn ouders en broer Edu genoemd. Hij was de zoon van slager Simon Keizer en zijn vrouw Mien. Als Joods gezin in Utrecht moesten zij in 1942 besluiten onder te duiken. Vader en moeder vonden een plek op het terrein van het voormalig Academisch Ziekenhuis aan de Catharijnesingel. Edu werd onder een valse naam ondergebracht in een kindertehuis in Zeist.

 

Zijn ouders overleefden de oorlog wel. Maar Eduwerd als zesjarig jongetje in Auschwitz vermoord. Gister, tijdens de Culturele zondag kon u zijn nog levende broer herinneringen op horen halen aan zijn kleine broertje Edu en aan hun ouders.

 

Als we de brug overlopen en doorsteken naar de Steenweg komen we de Buurkerk tegen. Tegenwoordig het huis van museum Speelklok. In het weekend willen de torenklokken van deze oude kerk nog wel eens spelen. Maar wat wij horen, is nieuw en klinkt niet zoals het ooit geweest is. Net zoals de meeste andere kerken in Utrecht en de rest van Nederland moest de Buurkerk tijdens de oorlog haar klokken inleveren aan de bezetter. Deze klokken werden omgesmolten tot kogels en zo hergebruikt voor de strijd in het Oosten. Bijna 5000 Nederlandse kerkklokken zijn zo, tijdens de oorlog, gevorderd. De klokken van de Dom zijn bewaard gebleven. Als u de tocht maakt naar het klokkenspel boven in deze toren zult u misschien wel de letter “M” op deze klokken gedrukt zien staan. Dit was het brandmerk voor de bezetter dat het om monumentale klokken ging, dieniet mochten worden gevorderd. In ieder geval, niet zo lang er nog andere klokken waren om kogels mee te maken. Zo zijn de melodieën van de Dom één van de weinige authentieke klokken melodieën van de stad.

 

En zo zit de stad vol met verhalen en herinneringen over de oorlog, over onze oorlog. Over zijn slachtoffers, onze slachtoffers en over vechten voor vrijheid, onze vrijheid.  De ooggetuigen zijn misschien verdwenen, maar de littekens in de stad dragen wij met ons mee. Juíst doordat deze oorlog zo dichtbij komt, zo onderdeel uit maakt van onze directe, dagelijkse omgeving, is hij uniek. Hij kan hierdoor de verbinding zijn tussen die 41 oorlogen en conflicten en mijn leerlingen in de klas. Aan ons de taak om deze littekens kenbaar te maken. Niet alleen met informatiebordjes en rondleidingen, maar ook gebruikmakend van de mogelijkheden van deze tijd. Zo kunnen apps en virtuele monumenten een geschiedenis van Utrecht ontsluiten voor de nieuwe generatie. Gebruikmakend van de oorlog die plaats heeft gevonden in de eigen, directe leefomgeving, word het besef wat “oorlog”, “vrede”, “onderdrukking”, “vervolging” en “vrijheid” eigenlijk zij , reëler en beter invoelbaar

 

De littekens in ons landschap maken duidelijk aan mij, maar ook aan mijn leerlingen, dat oorlog en dictatuur bittere realiteiten kunnen zijn. Oók hier in Nederland. Het is echt gebeurd, nog geen honderd jaar geleden. Nederlanders hebben hier in angst geleefd, beklemd door de willekeur van een dictatuur, beperkt in persoonlijke vrijheden en in het ergste geval onderdrukt en weggevaagd als mens. Deze littekens zijn er en gaan niet weg met één klik op de muis. Daarom is het herdenken van deze gebeurtenissen zoveel méér dan individuele mensen herdenken en hun verhalen levend houden. Het is inzicht krijgen in het begrip “oorlog” en tegelijkertijd meer begrijpen en waarderen wat “vrede” en “vrijheid” betekenen. Laten de struikelstenen, de monumenten in de stad, de familieverhalen en de herdenkingen op 4 mei ons doen beseffen wat de realiteit van oorlog, vrede en vrijheid is. Laat hen de littekens zijn die wij met ons meedragen. Die ons doet beseffen dat oorlog, waar ook ter wereld, een zaak van ons allen is.

 

Jongens zeilen, meisjes doen het huishouden

Iedereen heeft wel zo zijn eigen mening over wat goed onderwijs is. Misschien nog wel meer over wat slecht onderwijs is. We kunnen ons allemaal wel die ene leraar herinneren die er niets van bakte en het saaie boek voor Frans.

Klagen over het onderwijs is van alle tijden, net als onderwijsvernieuwing. Ook tijdens de oorlog waren zowel Duitsers als Nederlanders bezig met hoe het onderwijs te vernieuwen. De bezetting bracht namelijk ook mogelijkheden met zich mee voor sommigen. Aanpassingen die voorheen onmogelijk leken, zoals het verkleinen van het aantal leerlingen in een klas, werden tijdens de bezetting opeens wel gerealiseerd. 

Velen zagen kansen om gewilde onderwijsvernieuwingen nu eindelijk door te voeren. Zo kwam ik een brief met aanbevelingen voor het onderwijs van de Nederlandse jeugd tegen in het archief. Volgens de schrijver zouden de volgende idealen moeten worden nagestreefd, zodat de jeugd met de juiste idealen zou opgroeien.

  1. De Nederlandsche jeugd onder 18 jaar rookt en drinkt niet.
  2. De Nederlandsche jeugd kan zwemmen.
  3. De Nederlandsche jongen kan zeilen.
  4. De Nederlandsche jeugd kent de natuur.
  5. De Nederlandsche jeugd kent zijn Koloniën.
  6. Het Nederlandsch meisje is huishoudelijk.

Ik ben vooral erg blij dat ook heel veel initiatieven tijdens de bezetting niet zijn doorgevoerd!