Amsterdams Lyceum en Wolkenland deel 1

Afgelopen maand ben ik met mijn leerlingen een dagje naar Amsterdam geweest. Op het programma stond een rondleiding door het van Gogh museum en een bezoek aan het Anne Frank huis. Op stap met in totaal 125 leerlingen was een hele organisatie.

Aan het einde van de dag haalde ik dan ook opgelucht adem toen alle leerlingen, geteld en wel, in de bus zaten op weg terug naar school. Uitgeteld in mijn stoel keek ik uit het raam terwijl de Amsterdamse huizen aan ons voorbij trokken. Opeens zag ik een imposant gebouw en besefte me dat we langs het Amsterdams Lyceum reden. Een aantal jaren geleden is met deze school mijn onderzoek naar het middelbaar onderwijs in Nederland tijdens de bezetting begonnen. Gek genoeg was ik nooit eens gaan kijken naar het gebouw, waardoor het in mijn hoofd er totaal anders uitzag.

Misschien is het te vergelijken met de deceptie van een boekverfilming. Wanneer je een goed boek leest, waarbij je in je eigen gedachten de karakters allemaal een eigen uiterlijk hebben gegeven en de plekken waar het zich afspeelt een hele eigen wereld zijn geworden, valt de verfilming vaak tegen. Na het zien van de verfilming, is het ook lastig nog terug te halen hoe jouw eigen “boekverfilming” eigenlijk in elkaar zat. Zo ook met het Amsterdam Lyceum. Al viel mijn zelfgemaakte versie van het gebouw totaal in het niet bij het echte gebouw.

Het gebouw van het Amsterdams Lyceum werd tussen 1918 en 1920 gebouwd naar het ontwerp van de broers Herman Ambrosius Jan en Jan Baanders. Het zou een voorbeeldwerk worden van Hermans’ door de Amsterdamse School-stijl sterk beïnvloedde architectuur. Mooie glas-in-lood raampartijen geven het gebouw een statige indruk. De twee poorten die fungeren als fietsdoorgangen van het gebouw doen denken aan het nieuwe Rijksmuseum. Bij mij slaat ook nu weer het “boekverfilming-syndroom” toe; ik kan me niet meer goed voor de geest halen hoe het gebouw er in mijn gedachten uit zag. Ook kan ik me geen ander Amsterdams Lyceum meer voorstellen sinds ik het vanuit de bus heb gezien.

Op de site van het Amsterdam Lyceum word mijn aandacht getrokken door een berichtje over “Wolkenland”, het vakantiehuis van de school. In de archieven is er veel over het huis terug te vinden, omdat het in de oorlog ook betrokken raakte bij de nazificatie van de Nederlandse maatschappij en de anti-Joodse maatregelen van de Duitse bezetter.

In 1931 had het Amsterdams Lyceum, een paar jaar na zijn oprichting, een eigen vakantiehuis gekocht in de provincie Gelderland. Het zou gebruikt worden voor studieweken en tijdens de vakanties ook beschikbaar zijn voor de families van de leerlingen. Zoals zoveel dingen in het dagelijkse leven, ging ook dit gewoon door tijdens de bezetting. De eerste zomer was dit nog geen enkel probleem. De tweede zomer van de bezetting, mei 1941, leek dit wel het geval. De Nederlandse Jeugdherberg Centrale (N.J.H.C.) meende Wolkenland te moeten claimen voor de zomermaanden, aangezien er een tekort aan jeugdherbergen was ontstaan door de oorlogssituatie. Het bestuur van het Lyceum ging niet zonder slag of stoot akkoord. Wolkenland was privé-eigendom van de school en kon niet zomaar worden verordonneerd. Zij zou met zwaarder geschut moeten komen wilden zij het vakantiehuis tijdens de zomer zich toe eigenen. Het zwaarder geschut kwam er in de vorm van N.S.B.-er Müller-Lehning, de door de Duitse autoriteiten benoemde Commissaris van Niet-Commerciële Verenigingen en Stichtingen. Het was zijn taak deze verenigingen en stichtingen, zoals bijvoorbeeld de padvinderij en sportverenigingen, te reorganiseren en daarmee te nazificeren. Müller-Lehning schrijft het Lyceum dat het in het algemeen belang is dat Wolkenland als jeugdherberg wordt gebruikt tijdens de zomermaanden. Ouders van de leerlingen van het lyceum hebben immers volgens hem toch genoeg geld om naar een hotel of een pension te gaan tijdens hun vakantie. De brief eindigt met een beleeft geformuleerde bedreiging; wanneer er niet naar de vertegenwoordiger van de Nederlandse Jeugdherberg Centrale wordt geluisterd,

“zou ik Uw vereniging op grond van de Art. 1 en 2 der Verordening No. 41-1941 een bindende aanwijzing betreffende het gebruik van Wolkenland moeten geven”.

Wat dit dreigement precies betekende moest door de secretaris van het Lyceum worden uitgezocht aangezien er sinds de bezetting talloze “verordeningen” zoals deze waren uitgegeven. Sommige ingrijpender dan andere. Uiteindelijk bleek deze verordening Müller-Lehning veel macht te geven. Hij had hierdoor het recht gekregen in te grijpen in situaties zoals deze en kon het Lyceum met de verordening aan zijn zijde dwingen te doen wat hij wilde. Het was duidelijk dat het Lyceum niet langer kon weigeren.

Wanneer je de archiefstukken leest vraag je je ook af waarom ze zo moeilijk hebben gedaan. Waarom kon de jeugdherberg niet gewoon gedeeld worden met de Nederlandse Jeugdherberg Centrale? Het antwoord hierop is te vinden in twee brieven, toegevoegd aan hetzelfde dossier als de hierboven beschreven correspondentie. Een van de brieven vermeld dat het hele bestuur van de N.J.H.C. eind Maart 1941 ontslag had genomen. De andere brief is eind april 1941 geschreven door de secretaris van het N.J.H.C. aan zijn nieuwe hoofd, E van Dieren. Hij schrijft ontslag te willen nemen aangezien hij niet verantwoordelijk wil zijn voor de reorganisatie van de jeugdherbergen op basis van Nationaalsocialistische ideeën. Het zou volgens hem beter zijn iemand te vinden voor deze positie die de nieuwe idealen wel onderschreef. Deze twee brieven vormen een duidelijk teken dat het schoolbestuur van het Lyceum zich bewust was van de nieuwe, Nationaalsocialistische richting van het N.J.H.C. Dit zou een extra reden voor verzet kunnen zijn geweest. Een andere aanwijzing in dezelfde richting is een stuk uit de laatste brief van het Lyceum naar het hoofd van de N.J.D.C., van Dieren.

“Bovendien zult ook U inzien, dat het samenbrengen van groepen jeugdigen van sterk uiteenlopende gezindheid in één huis onvermijdelijk tot moeilijkheden zal moeten leiden”.

Ook Müller-Lehning ontving een brief van het Lyceum waarin duidelijk werd gesteld dat de school het niet eens was met het besluit maar begreep dat het er niets aan kon veranderen.

Deze strijd is duidelijk door het bestuur van het Lyceum verloren; in de zomer van 1941 hebben de kinderen van de Hitler Jugend genoten van hun vakantie op Wolkenland. Het archiefmateriaal laat ons wel zien dat het bestuur van het Lyceum heeft geprobeerd de mazen van de wet te vinden en het gebruik van het eigen vakantiehuis voor Nationaalsocialistische doeleinde te voorkomen. Dit is niet de laatste briefwisseling geweest van het bestuur van het Lyceum met de Duitse en Nederlandse autoriteiten over Wolkenland. De volgende briefwisseling zou gaan over de Joodse leerlingen van het Lyceum en hun verblijf in het vakantiehuis. Maar daarover meer in mijn volgende blog!

Begrijpelijkerwijs is Wolkenland in mijn hoofd verbonden met de Hitler Jugend en studiedagen tijdens oorlogstijd. Maar net zoals mijn eigen beeld van het Lyceum niet klopte, is ook Wolkenland anders. Op de site van het vakantiehuis is te lezen dat het in 1944 “door oorlogsgeweld verwoest” is en pas in 1952 weer is opgebouwd. Waarschijnlijk associëren generaties Lyceum leerlingen Wolkenland met spellen in de bossen, ’s avond overlopen naar de andere kamers en bonte avonden bij het kampvuur, en gelukkig maar!

Advertenties

Een gedachte over “Amsterdams Lyceum en Wolkenland deel 1

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s